Flatcoated Retriever

Land van herkomst

Groot-Brittannië

Geschiedenis

Het ras werd in het midden van de negentiende eeuw geschapen, toen het mode was om een speciale hond te hebben voor het apporteren van geschoten wild.

 

Men denkt dat de St. Johnshond uit New Foundland de stamvader van het ras is. Door de Setter en eventueel de Collie in te kruisen, werd de moderne Flat-Coated Retriever geschapen. De Collie werd voornamelijk ingekruist om een gladde vacht te krijgen in plaats van de golvende die de hond voordien had (Wavy Coated Retriever).

 

In 1864 werd het eerste exemplaar onder grote belangstelling op een tentoonstelling getoond. Al gauw was dit ras de meest gebruikte Retriever, maar na de Tweede Wereldoorlog werd die plaats overgenomen door de Labrador en de Golden Retriever. Nu lijkt het ras echter overal ter wereld weer populair te worden.

Rasbeschrijving

Het ras is middelgroot, actief, vrolijk en levendig.

Hoofd

Lang en edel, gematigd breed, platte schedel, geen uitgesproken stop. Goed ontwikkelde neusspiegel, lange en krachtige kaken.

Ogen

Middelgroot, bruin of nootbruin.

Oren

Klein, goed aangezet, dicht tegen het hoofd.

Gebit

Schaargebit.

Hals

Lang, droog, gaat geleidelijk over in de rug.

Lichaam

Diep, vrij brede borstkas, ruim, met goede voorborst, korte lendenpartij.

Ledematen

Goede botten, rechte voorbenen, de schouders liggen goed naar achteren. Gespierde achterbenen met normale hoeking van de knie- en spronggewrichten. Evenwijdig. Rijke bevedering op de voor- en achterbenen.

Voeten

Rond, sterk, goed gewelfde tenen, dikke voetzolen.

Staart

Kort, recht, goed aangezet, wordt vrolijk gedragen, maar niet boven de ruglijn.

Gangwerk

Vacht

Dicht, fijne structuur en goede kwaliteit, zo recht mogelijk.

Kleur

Zwart of leverkleurig.

Schofthoogte

Reu 58-61 cm. Teef 56-59 cm.

Fokkers